Schrijven is al een hobby sinds ik het kan. In eerste instantie uitte zich dat in versjes en gedichtjes die voornamelijk in mijn hoofd werden gekalligrafeerd. Ik schreef niets op.
Toen wij voor Nederlands een vrij, fantasierijk verhaal moesten schrijven, schreef ik over een rechercheur die een moord op moest lossen op een docent Nederlands die na het lezen van een verhaal over een moord op een docent Nederlands zelf om was gekomen. De redenen om tot dit schrijven te komen waren helder: thuis was ik bezig met Agatha Christie's oeuvre, op school lagen de opdrachtgever en ik elkaar niet.
Na enkele weken had hij alle verhalen gelezen. Bij mijn beoordeling stond in dikke rode letters "Fraude! Plagiaat!". Dat was niet het geval. Maar mijn cijfer was een vier.
Toen ik nogal verbolgen ter burele verscheen, zei hij: "Dat kun jij helemaal niet schrijven, dat heb jij ergens vandaan gehaald of het iemand anders laten doen, want het is te goed. En daarbij vind ik het een misselijke grap."
Op de vraag waarom ik dan, als hij dit zo zeker wist, geen nul kreeg maar een vier, gaf hij geen antwoord.
Ook op mijn eindlijst had ik een vier voor Nederlands dat jaar. Omdat ik wist dat ik het verhaal zelf had geschreven (en omdat ik stronteigenwijs ben), vatte ik zijn incapabelheid op als compliment en ben ik blijven schrijven.
Ik kwam in aanraking met poezie. Eerst het Nederlandse werk. Toen ik mij er in ging verdiepen en de taal buiten de grenzen zocht, werd ik gegrepen door de Grote Russen. Tot op de dag van vandaag ben ik een liefhebber van het werk van Achmatova, Annenski, Blok, Brodsky, Chlebnikov, Mandelstam en vele vele anderen. Hoewel er prachtige vertalingen zijn, zowel in het Engels als in het Nederlands maak ik mij de Russische taal machtig om de finesses van hun werk te leren kennen.
Zelf ging ik ook schrijven. Veel en vaak slecht. Er zijn jaren geweest waarin ik enkele gedichten per dag schreef. Meestal op rondslingerende papiertjes. Uiteindelijk werk ik op een pc en daarop staan inmiddels ook alle gedichten die door de jaren heen uit mijn vingers zijn geglipt. Een nieuw papiertje hier en daar is in mijn huis te vinden.
Omdat ik ook veel aan theater deed en een vriend toneelstukken schreef, begon ik daar zelf ook mee. Er is een aantal van mijn stukken uitgegeven bij De Toneelcentrale in Nederland en Vlaanderen en een enkele bij Toneeluitgeverij Vink.
Uit het immense aantal gedichten, waarvan minstens negentig procent niet lezenswaardig is, heb ik voor mijn eerste bundel, genaamd
Schaduwfiguren, een selectie van veertig gedichten gemaakt. De ondertitel van de bundel is
Water. Deze bundel is begin 2011 verschenen bij Uitgeverij Kontrast te Oosterbeek. Te koop in de boekhandel.
Regelmatig treed ik op, waarbij ik mijn gedichten te berde breng. Op de gebruikelijke slams door het land, maar ook bij festivals, evenementen, literaire gebeurtenissen en op andere uitnodiging.
Op dit moment ben ik bezig met mijn eerste boek. De fictie die ik schrijf is misschien een mix van een ontwikkelingsroman en een psychologische roman. Ik heb bij het schrijven het comfort van drie meelezende redacteuren die allen hun sporen verdienen en/of verdiend hebben in de literaire en/of journalistieke wereld. Zij zijn, in tegenstelling tot mijn leraar Nederlands, wel in staat om de vinger op de zere plek te leggen.
Ik hoop dat mijn boek ergens in 2011 wordt uitgegeven. Het staat voor driekwart op papier, ongeveer een kwart is af (feb 2011), in hoeverre je bij het schrijven van een roman over 'af' kunt spreken. Het laatste kwart moet nog uit mijn hoofd in de computer terecht komen.
Omdat ik hier en daar en af en toe wel eens wat op te merken heb, kan de bezoeker van mijn site ondermeer mijn blog tot zich nemen.