Zondag 24 oktober speelde Theatergroep Glasnost het stuk 'Bellen met Moeder' op het Eenakter Festival van Theater de Cameleon in Amsterdam.
Het eerste stuk heette Treinspel, en werd gespeeld door twee dames en een heer. Laatstgenoemde had het zelf geregisseerd. De beste typering voor deze opvoering is waarschijnlijk het klassieke amateurtoneel. Doordat de regisseur ook speler is wordt het niet beter. Vermakelijk, maar geen theater zoals ik het beleef of wil maken.
Voor het tweede stuk mochten de spelers van Glasnost acte de présence geven. Beiden speelden, zeker met hun geringe ervaring en omdat het de première was, goed tot uitstekend. Als de spelers jouw stuk tot leven weten te brengen rest niets anders dan trots. Er was veel waardering uit het publiek en de jury, maar ook kritiek. Coby had haar kijklijnen niet altijd goed en Cees ontbrak het soms aan rust. Schoonheidsfoutjes, noemen we dat. Het loodzware stuk paste goed binnen de overwegende vrolijkheid van de anderen.
De theatergroep Pril begon sterk met het stuk 'Binnenste Buiten', maar de spelers verwaterden in hun eigen werkelijkheid. Sharita Jiawan streek om de haverklap haar haar uit haar gezicht en dat stoort mij altijd. Martine Wemers bracht een mooi, verstild monoloogje over wat wanneer te doen. Petra Beelen kreeg de 'ik-wil-meer-van-je-zien'-prijs, die ter plaatse in het leven geroepen werd. Dat wilde ik juist niet. Haar verwoede pogingen om zo naturel mogelijk te spelen resulteerden voornamelijk in gekunsteld toneelspel. Wel een leuk stuk waar veel werk in heeft gezeten.
Het vierde en laatste stuk van de avond werd gespeeld door theatergroep BenNieuwd. Het stuk heette 'Zo echt als ik het wil'. Zowel de naam van de groep als het stuk deed niet het beste vermoeden, maar dat viel alleszins mee. Het stuk begon op een natuurlijke manier. Tijdens de 'opbouw' van het decor waren de twee spelers al bezig. Het publiek babbelde nog wat, maar werd vanzelf stil. Een leuk gegeven. De ook daarom deels geimproviseerde eenakter was verrassend en bleef lang interessant. Jaqueline Pot, één van de spelers, was boeiend om naar te kijken. Ze hield de spanning vast en je luisterde naar haar. Een goede speelster die het gemiddelde niveau overstijgt. Tegenspeler Remko Zweije leek minder ervaren en speelde wat op de lach. Het kattenloopje, waar de eerste keer om gelachen werd, hoeft niet vijf keer herhaald te worden.
De regie had hier moeten ingrijpen.
Evenals het afwisselen van de typetjes bij het televisie-interview: zo'n leuk beeld, maar veel te veel uitgemolken. Houdt het bij drie types per persoon, in plaats van elkaars rollen ook nog over te nemen. Voor de gemiddelde toeschouwer zeer verwarrend.
Het stuk was, alles meegewogen, het beste van de avond en verdiende daarom terecht de publieksprijs.
Het viel mij op dat de laatste twee stukken eenzelfde opbouw hadden, zelfs op elkaar leken. De standaard muziek/dans grapjes, bepaalde toneelbeelden die inmiddels wel zijn uitgemolken. Bleek dat het door dezelfde regisseur is gemaakt, genaamd Ida van de Lagemaat. Niet vernieuwend, wel herhaalbaar en boven het gemiddelde niveau. Beiden stukken een goede opbouw, terwijl de spanningsboog aan het eind wegvalt. Toch blijf ik de nasmaak houden dat ik naar een kunstje heb gekeken, in plaats van naar theater.
Misschien toeval.
Misschien niet.
Buuf schreef op 27 Oct, 2010:
Ik ben trots op je!