De nachten gaan traag voorbij als een sluipende panter.
Vijf ringen houden de sportliefhebber wakker.
De tijd bevriest voor het startschot.
Dan de knal. Het spel om snelheid en seconden is begonnen. De zijwaartse trapbeweging omzetten in zo snel mogelijke voorwaartse verplaatsing. Met meer dan vijftig kilometer per uur kerven ze onregelmatige lijnen in het bevroren water. Geen cirkels als in een vijver, maar vreemdverlaten krommen, gemaakt door recht metaal. In herhaling valt het neerzetten van het ijzer op - altijd op de achterkant van de schaats. De oranje pakken spiegelen op de harde ijsvloer. Schaduw is nog altijd even snel.
Van de vijftienhonderd meters die moeten worden afgelegd telt elke centimeter. De gespierde benen onder de afgetrainde, bleke, Hollandse hoofden proberen zelfs in alle vermoeidheid de kniehoek zo klein mogelijk te houden.
Zij zijn het die jaren lang hebben geleden op zware trainingen, zich wijn hebben moeten ontzeggen en nachtelijke keukentafelgesprekken.