Er zit een meisje tegenover mij.
Ze huilt.
Niet hard of om aandacht, maar met oprechte tranen. De spieren in haar aangezicht blijven ontspannen, op een enkele samentrekking om haar mond na.
Ik vraag: 'Hoe gaat het?
Ze kijkt mij aan met ogen achter een laag van vloeibaar glas.
'Mijn vader is dood,' zegt ze.
'Dat spijt me.'
We vullen de stilte met oogcontact.
'Hoe is het gekomen?' vraag ik.
Haar glimlach bestrijdt de tranen.
'Ja, hoe komt zo iets? Mensen gaan dood. Dood is wat ze onvermijdelijk gaan.'
Ik knik.
'Leeft jouw vader nog?'
Ik knik.
De bebouwde kom komt in zicht.
'Is dit jouw station?' raadt ze.
Ik knik.
'Wil je anders dat ik blijf zitten?' vraag ik.
'Nee.
Mensen gaan dood. Vaders ook. Ik zal er over heen komen.
Dank je wel.'
'Alsjeblieft.
Dag.'
'Dag.'
Een vriendin. schreef op 20 Oct, 2010:
Er kan net iemand of iets te veel dood gaan om goed overheen te komen.
Als ik die vrouw was geweest had ik je aanbod geaccepteerd.
Anima schreef op 20 Oct, 2010:
:-) en weemoed.