Als door de duivel op de hielen gezeten fietste ik richting Ede. Terwijl ik reed liep er een nogal sportief geklede wandelaar in mijn richting.
Ik ging wat langzamer fietsen, niet in de laatste plaats omdat ik een bergje optrapte, en zei: "Je bent verdwaald, joh. Kilometertje of 40 noordelijk."
Zonder blikken en blozen, zonder getreuzel, zei de man: "Jij ook, joh. Kilometertje of 1000 noordelijk."