Een wc-raampje inslaan en naar binnen toe.
Laatjes omgekieperd op bed, kastjes open getrokken, spullen overhoop gehaald, op de grond gegooid, blikjes en potjes leeg gesmeten.
Als je inbreekt, moet je het echter wel goed doen.
Vingerafdrukken achter gelaten, voetsporen, een papiertje, vegen tegen de muur van een schoen, geur, energie, methodes, tijden. En meer.
Bij deze een waarschuwing voor de twee dieven, een kleine en een grotere.
Ik zit je op die hielen. Ik leg het vuur aan je schenen. Ik jaag je op. Zolang je niet wordt gepakt of, beter, je jezelf aangeeft, blijf ik je zoeken. Alle details blijven tot in lengte van dagen in mijn brein. De kleinste verspreking, het lulligste detail dat je bent vergeten, het meest onnozele feitje.
Als je geweten je niet achterhaalt, doe ik het wel.
Blijf altijd over je schouder kijken. Weest bevreesd. Voel mijn hete adem. Ik sta op elke straathoek, ik zoek op elke website, ik vraag aan iedereen wie je bent. Waar je bent. Wat je bent. Tijd genoeg.