De zon scheen. Het was warm voor de tijd van het jaar. De mensen zochten verkoeling in het park. Ze gingen aan de waterkant zitten. De mensen hadden spullen bij zich. Spullen waar herrie uitkwam. Andere spullen waar alcoholische dranken uitkwam. De mensen wisten niet wat ze met de spullen moesten doen. Dus gooiden ze het maar van zich af. Dat zou iemand anders wel opruimen. Het was immers koninginnedag, en op koninginnedag mag iedereen zich asociaal gedragen.
