Vanavond kreeg ik een opdracht om een verhaal over een kont en een hoed te schrijven. Dat is op zich niet raar - er zijn immers genoeg verhalen over hoeden en konten. Ik noem de bekende schrijvers die uitspraken als 'veer in de kont' en 'pluim op de hoed' te over hebben misbruikt. Maar Roald Dahl was niet de enige. Ook in de Kozakken (van Tolstoi, gij onbenul!) komen zowel hoeden als konten welig voor.
Maar daar gaat het nu niet om. Het gaat er om wat ik met hoeden en konten heb. Nuja, met hoeden heb ik bar weinig. Sterker nog: ik heb een hekel aan mannen jonger dan 40 met hoeden. De arrogante decadentie die daarvan afspat is mensonterend. Ook hierin zijn er uitzonderingen. Een dichtvriend genaamd Simon is bijna onherkenbaar zonder hoed. Zijn hoed is als mijn handen: onafscheidelijk. De hoedenrest moet opzouten. Zonder dat de goede man er zijn identiteit van probeert te maken, is het hoofddeksel voor hem uitgevonden. Het gepeupel heeft het nakijken.
Met konten daarentegen heb ik meer. Maar omdat ik op dit uur een beetje dronken ben - een beetje maar - kan ik er niet teveel over uitweiden. Al snel gaat het dan over exderrières en achtergebleven achterwerken. Dat zou veel te plat zijn, dus laat ik het maar droog zeggen: ik heb een kontenvoorliefde.
(Morgen heb ik waarschijnlijk spijt van het geschrevene, maar ja, die regels, hè! Die #%&@ regels.)
Plakzak schreef op 26 Sep, 2011:
Het is toch niet zo erg dat je borstenmanie afzakt naar een kontenfetish?