Vanmorgen stond ik om kwart over zeven niet op de trap om de giraffe een klontje te geven, maar op kousevoetjes in de keuken van liefje aan het aanrecht wittebrood met camembert klaar te maken.
Zij had voor mij koffie gezet.
Een oude blessure in mijn rechterbibs speelde de afgelopen dagen weer op. Overduidelijk een lichaamsteken om wat minder te zuipen. Dat moet je ook niet doen als je er niet tegen kunt. Liefje gaf mij een vriendelijk tikje op die achterzijde, zodat er een krampje door het lijf schoot.
De keer daarop dat ze langs kwam lopen om iets onbestemds uit de prachtkoelkast te trekken, draaide ik mij op het laatste moment met een ruk om, zodat ik mijn hand speels op haar derriere kon deponeren. Dit ging mis.
In de prachtige keuken hebben de bouwers geen rekening gehouden met grootzakken zoals ik. Hierdoor hangt de vierkante afzuigkap niet alleen voor mij op slaaphoogte, maar is het ding ook te ver naar voren gekomen. Natuurlijk, de luchtjes dienen zoveel mogelijk te worden geneutraliseerd. Een klein afzuigkapje voor op mijn rug zou ook heel veel geur van biogas schelen.
Terwijl ik mijn ochtendlijf naar links gooide, knalde ik hard met mijn kop tegen de punt van voornoemde afzuigkap. Het krampje van zoëven bleek een streling te zijn, vergeleken met de pijn die door mijn lichaam schokte. Hoewel er in hersens geen zenuwen zitten, kunnen ze verdomd veel pijn doen. Niet alleen mijn kop en schedel, maar de pijn trok door naar schouder, rug en natuurlijk die vermaledijde bips. Tegelijkertijd ontstaat er bij mij bij veel pijn altijd een buikkriebel, zo achter de plexus solaris, die ervoor zorgt dat ik begin te vloeken en tieren, terwijl ik met mijn hand hard over de pijnplaats heen wrijf. Het liefst gooi ik ook met iets. Thuis is dat meestal een pen of een kussen.
In mijn rechterhand een klein kuipje boter. Zo één die je er krijgt als je met een broer of zus 's zaterdags gaat ontbijten bij dat gezellige eettentje op de hoek. Omdat ze al drieëntachtig keer de boter bij de supermarkt was vergeten had liefje deze kleine kuipjes speciaal voor mij verdonkeremaand. Dit had ik tussen duim en wijsvinger. Tussen middel- en ringvinger het mes waarmee ik de boter op de hammen aan het smeren was.
In mijn furieuze vloekende drift gooide ik met zwarte vlekken voor mijn ogen het kuipje boter hard van mij af richting aanrecht, in de wetenschap dat dit geen schade aan zou richten. Hoewel de afzuigkap met een slijpmachine tot een cirkel mag worden gereduceerd is er verder geen noodzaak deze schitterende keuken te verbouwen.
Ik kan best hard gooien.
Door de simpele wetten van Newton en zijdelings het Dopplereffect, vloog niet alleen het kuipje uit m'n klauw, maar ging het mes er direct achteraan. Door de zwarte vlekken kon ik niet goed zien waar het terecht kwam.
Na enkele minuten trokken de sterren weg en stond liefje haar been te ontbloten. Het mes lag voor mij op het bord. Een rode vlek kwam te voorschijn.
'Kijk,' zegt ze olijk, 'dat heb jij met dat mes gedaan!'
Blijkbaar was het metalen object via de keukenbladrand richting liefje gericocheert, alwaar het gelukkig ook tegen haar been afketste.
Voor hetzelfde geld heb je dus op een lullige dinsdagmorgen in mei je eigen liefje vermoord, vindt de politie je met een afzuigkap in je hoofd op een schaakvloer en wordt je uiteindelijk toch niet ouder dan Jezus.