Shoppen met Kest

Tijd voor mijn jaarlijkse kledingkoopdag. Een grotere hekel aan iets heb ik niet. Da's niet waar, tuuk, maar op dit moment niet. Op éen of andere manier stel ik het zo lang uit, dat het altijd tegen kerst loopt. Winkeltje in, winkeltje uit. Dit keer alleen. Da's misschien maar beter ook. Mijn gemopper is niet van de lucht. Ik mopper op broeken die niet passen. Op alle overhemden die een andere maatvoering hebben. Op personeel dat wel overdreven glimlachend 'goedemorgen' roept - het liefst van achter uit de zaak - maar dan weer verder gaat tegen elkaar en met hun infoon. Infobesitaslijers zijn het. Allemaal!

Dan de kestliedjes. Zelfs op straat schallen ze uit dat schelle draaiorgel. Tevens in elke winkel te horen. De verkrachting van de kestliedjes zijn dusdanig kwalijk dat mijn oren bijkans pus beginnen te spuiten. Stille Nacht - de houseversie. Kling Klokje Kling - al niet aan te horen zo hersenspoelend, maar de rapversie ervan maakt het nummer zo mogelijk nog erbarmelijker. Op een hoek staat een gristenhondenkoortje Komt Allen Tesamen te verkrachten. Je zou ze stuk voor stuk, met een orgelpijp van die jammerkast, jubelend van vreugde, die smerige lach van hun gezicht afrossen.

Twee Hollandse knapen staan achter in een winkel, waar ik ongeduldig alle spijkerbroeken overhoop haal om mijn maat te vinden.
(toch nog steeds 34/36 - zo gehoopt terug te gaan naar 33/36 - waarschijnlijk toch niet onvoldoende bier gedronken dit jaar - nu ja, volgend jaar maar weer proberen - ach, zolang ik onder de 100 kilo blijf - ben ik eigenlijk wel onder de 100 kilo? - ach sodemieter op waar maak ik mij druk over)
Ze laten elkaar plaatjes zien op hun mobiele infoons. Het blijkt nogal lachwekkend en hier en daar ook ranzig. Ik quote een ongecensureerd en letterlijk overgenomen stukje uit hun conversatie tijdens het plaatjeskijken:
- "Hee sois, kijk hier, jonge."
- "Aaah, wat is deze!? Iew jonge."
- "Nee, sois, deze, jonge. Kijk hier."
- "Aaah, wat is deze, jonge. Iew man. Ik heb er ook, ik zweer jonge. Kijk hier, sois."
- "Iew man, wat is deze, jonge!"
(...)

Geen spelfouten. Ik zweer.
Sinds wanneer zijn de knapen zo ver van de mannen gescheiden dat zij de woorden 'zweer', 'sois' en 'iew' in dezelfde zin passen?
Ik struin langs hen. De vraag 'zijn jullie battiboys' ligt op mijn lippen te branden als de ster van Bethlehem. Ik houd mij in.

In een andere winkel staat een vrouw te wachten. Ze houdt een kinderwagentje vast. Ze hoopt dat iemand de deur openhoudt, zodat ze ook de winkel kan verlaten. De ene na de andere puber stapt naar buiten. Al waren het Maria en het kindeke Jezus zelf - ze hadden het niet gezien. Ik loop naar voren en houd de deur speciaal voor haar open. Ze kijkt mij niet aan. Stapt naar buiten. Zegt niets. Even afgestompt als de pubers die het al niet meer zouden mogen zijn. Ze steekt een sigaret op terwijl ze tegen haar kind bromt.
Even later sta ook ik zuchtend buiten.

"Boeoeoeoeletje!" hoor ik achter mij.
Onmiskenbaar van een vriendin die vaker winkelt. Ze vindt het onbegrijpelijk leuk om mijn achternaam als verkleinwoord te gebruiken en de oe te verlengen. Ik draai mij om.
"Lekker aan het shoppen?" vraagt ze. Ik krijg een pakkerd van jewelste. Ze heeft een rode muts op die ze steeds goed duwt.
Om het niet gelijk uit te tieren van ergernis, antwoord ik beleefd: "Tja, de jaarlijkse kledingkoperijtjes, hè."
"Doe je dat nog steeds jaarlijks? Nou zeg! Dat kan toch niet! Je moet vaker gaan! Je weet het, hè, kleren maken de man! Wat heb je gekocht?"
Terwijl ik nog 'ik moet helemaal niets' mompel, heeft ze de tassen al uit mijn handen gerukt en staat ze midden op straat mijn zojuist aangeschafte kleding te bewonderen.
"Dát is een leuke broek, zeg! Sjezus wat ben je toch groot hè, ha ha ha, hier kan ik een tent van bouwen!"
"Ik ook," mompel ik.
Ze hoort het niet en houdt de jeans pontificaal omhoog naar het winkelend publiek. Daarna duwt ze mij de broek en de tas terug in handen. Ik prop het eerste in het tweede.
De andere tas heeft ze al te pakken.
"Een jas! Wat een mooie jas zeg! Sjezus, is dat wol? Even zien hoor. Ze trekt het label uit de kraag. Wol en kasjmir! Zo zo. Waaat? 429 euro? Wat een geld, Boeoeletje, waar haal je dat vandaan?"
Ze duwt haar muts weer recht.
"Ik shop maar eens per jaar, hè."
Ik probeer het woord shop zo vies mogelijk uit te spreken.
"Ojaa, tuurlijk, maar sjezus serieus 429 euro is wel een berg zeg."
Ze vouwt vlug als de wind de jas op, doet het ding in mijn tas, hangt het behendig aan mijn hand, geeft me nog een pakkerd, zegt dat ze weer snel verder moet en is al bijna uit het zicht verdwenen voordat ik 'winterwonderland' kan zeggen.
"Muts!" roep ik haar na. Dat is korter en het slaat nog ergens op.
Ze kijkt om en lacht en zwaait en duwt haar muts recht.

In ijltempo spoed ik mij huiswaarts.

Shoppen.
Alleen het woord al.
Iew.
Sodemieter op.

Reacties:

Er is éen reactie:

Colibry schreef op 21 Dec, 2011:

Ik zie het allemaal voor me, schitterend. Je ergernis druipt nog aan deze kant van het scherm af.
Een rode jas mag ik hopen? :-)

Schrijf een reactie:

Naam of iets dergelijks:

Uw onverplichte emailadres:

Reactie:

Hoeveel is 4 maal 2?