Met het gedicht De Nacht heb ik voor het tweede jaar op rij de CITER-poëzieprijs in de wacht gesleept!
Met veel dank aan Merel, WillemJan en Ton.
(Later meer, nu heb ik een biertje gedronken...)
-----
De Nacht
Waar wil je heen? Het loof is nu niet zichtbaar
Het is de nacht die kleuren buitensluit
Waar wil je heen? Het pad is niet begaanbaar
Beuken zetten voeten dwars, sparren klappen takken uit
Ach, blijf, we kunnen morgenochtend naar het woud
Want voordat we een bos beginnen moeten we eerst bomen vangen
Op dit moment heeft geen van ons behoefte aan het hout
Ik kan alleen maar naar jouw zachte huid verlangen
Het groen steekt over uren pas weer af tegen het blauw
Om wortels uit te spitten is het nu toch veel te laat?
Laten we zwijgen tot een zweem van zijden ochtenddauw
samen met jou mijn uitgeschreven liefdeslied verstaat
Maar als je moe bent en je aan het slapen wilt beginnen
Zal ik aan mijn eiken bureau tussen de nerven schrijven
Wij starten nu geen bos, wij zullen slechts beminnen,
Want de liefde is met geen geboomte te bedrijven
Morgen wordt die zweem van kleur weer zichtbaar door het donker
Brengt abstracte tijdingen die ik altijd verstoor
Straks, want nu regeert al om ons het geflonker
Nu graven wij de nacht. Graven de nacht door.
Rianne schreef op 30 May, 2011:
Ik vond jou optreden het mooiste van alle poëzie-optredens. Niet alleen van de wedstrijd, maar van het hele festival!
Een vrouw. schreef op 30 May, 2011:
O, o, o, wat een kippenvel gedicht is dit toch. Nummer 1 in mijn favorieten.