Tuinplassen

Van het verjaardagsfeest rolde ik naar huis. Niet omdat ik een beetje dronken was, maar omdat de meeste fietswielen rollen. Het tuinhekje was geopend, dus ik rolde bijna meteen door naar de voordeur, ware het niet dat er een onbekende man op het tuinpad vertoefde.

Wijdbeens stond hij de bamboe onder te plassen.

"Hee," zei ik met dubbele tong, "houzaar us mee-op!"
"Hooi," zei hij met drievoudige tong, "dalluk munnu niemeer."
Dat snapte ik wel, want het is ook mij regelmatig overkomen. Als je eenmaal begint is het einde niet te vervroegen.
"Nou," zei ik met viervoudige tong, "zolang je manie over mun aarappuls zeik vinkut goed."
"Sgoed," zei hij.

Terwijl ik de voordeur opende zei ik ook nog dat hij bij vertrek het tuinhekje achter zich dicht moest doen. Maar dat heeft niemand kunnen verstaan.

Daags later werd er laat in de middag aangeklopt.
Ik strompelde naar beneden, opende de voordeur en keek in het bleke gezicht van een onbekende man.

"Hier," zei hij met rauwe stem, terwijl hij een sixpack bier van achter zijn rug tevoorschijn toverde en mij dat aanbood.
"Omdat ik vannacht in je tuin heb staan zeiken."

Reacties:

Nog geen reacties.

Schrijf een reactie:

Naam of iets dergelijks:

Uw onverplichte emailadres:

Reactie:

Hoeveel is 7 minus 1?