Gesprek 1:
Ik: "Een panda is eigenlijk net een vis, alleen groter, zwart-wit, een zoogdier en het heeft een vacht. Voor de rest zijn ze precies hetzelfde."
Hij: "Panda's zijn gewoon achterlijke dieren. Prutsers zijn het. Zij hebben zich zo ver aangepast dat ze alleen nog maar bamboe kunnen vreten. Maar die bamboe is ook niet gek. Die bloeit eenmaal per zes jaar en dan sterft alles af. Dus hebben die panda's geen vreten meer. Zonder de mens was de panda al lang uitgestorven."
Ik: "Wat een onzin! Ik heb al jarenlang bamboe in m'n tuin, maar dat is nog nooit tot bloei gekomen, laat staan afgestorven."
Hij: "Maar jij hebt ook geen panda's in je tuin, hè."
Ik: "Dus als ik een pandapak koop en regelmatig in de tuin bamboe ga staan afbreken, dan komt de bamboe tot bloei en sterft het af?"
Hij: "Daar heb je wel kans op, ja."
Gesprek 2:
Ik: "Waarom lach je?"
Zij: Gewoon een binnenpretje."
Ik: "Ok."
Even later.
Zij: "Ik lachte eigenlijk om die uitgewoonde grafkop van je."
Vergeet ik te zeggen: "Ik train alvast voor panda."