Het Open Schaak Kampioenschap Arnhem is vrijdag 3 september 2010 van start gegaan.
Tussen hoop en vrees doe ik mee.
De eerste ronde bewees weer waar ik al maanden last van heb en dat ook schering en inslag bij het NK was: ik heb nog nooit zo sterk geschaakt, maar ben te lui om voor de duvel te dansen.
Tegen Jorick van de Laan stond ik na 5 zetten al zo goed dat ik na 7 zetten een stelling van +2 kon bereiken.
Onder het mom van 'ah, joh, dat kan zo ook nog wel' liet ik hem terugkomen in de partij. Niets aan de hand, totdat ik mij verreken: zijn tijdelijke paardoffer, dat ik, uitlokte, leek mij incorrect. Met een simpele dubbelaanval leek ik een stuk voor te komen, maar met behulp van wat stellingsgeluk lukte het hem zijn stuk te behouden en zelfs twee pionnen voor te komen.
Niet diep genoeg gerekend ergo wederom lui.
Er was nog niet veel aan de hand, want ik had genoeg spel. Een paardoffer op f5 zou soelaas bieden, maar uiteindelijk besloot ik het rustig te spelen.
Het oorverdovend slechte spel dat mijn tegenstander in de opening liet zien, werd goed actief spel, dat moet gezegd, en zo liet ik mij totaal ongemotiveerd naar de slachtbank leiden.
Lijden.
Zoals schaakvriend R zei: "Boel, neem nou goddomme eens de tijd!"
Als ledigheid des duivels oorkussen is, wat is dan luiheid?